vlaams bouwmeester: kroniek van een aangekondigde dood? (2)

Deel 2 / 1999 – 2014

De Vlaamse overheid heeft grote ambities aan het begin van de 21e eeuw. Ze wilde een voorbeeldfunctie uitoefenen, niet alleen wat de esthetische kwaliteit van de gebouwen betreft – mooi of niet mooi – maar ook en vooral voor de manier waarop het bouwproces wordt georganiseerd, of de wijze waarop wordt omgesprongen met duurzaamheid.

Om niet te vervallen in regelneverij en voorschriftitis was het belangrijk dat de Bouwmeester kon aansturen op kwaliteit op basis van zijn of haar “moreel gezag, kennis en kunde”, dat het iemand was die erkend werd als ‘autoriteit’.
Naast de taak om bouwprocessen te inspireren, begeleiden en vooruit helpen, moet de Bouwmeester ook werken aan de ontwikkeling van een langetermijnvisie. (1)

Hoe willen we in Vlaanderen bouwen, hoe gaan we met onze omgeving om, welke rol heeft een overheid daarin te vervullen? En hoe krijgen we dat zo georganiseerd dat het resultaat mag gezien worden? In de functieomschrijving die de overheid in 1997 goedkeurde, wordt duidelijk dat van de Bouwmeester werd verwacht dat hij de betreden paden zou verlaten. Hij moest “routines en clichés overboord gooien”, mocht niet “dogmatisch denken”, moest “verbeeldingskracht tonen”, “creatieve oplossingen” bedenken, en anderen aansporen om “tot verfrissende ideeën te komen”. Het spreekt voor zich dat deze nieuwe aanpak niet meteen vruchtbare aarde vond. Soms leefde de vrees dat de Bouwmeester een pottenkijker zou zijn, een remmende factor op bouwprojecten, een elitaire vakidioot die Vlaanderen vol bizarre bouwsels zou zetten, of iemand die er voor zou zorgen dat de budgetten steeds overschreden zouden worden. (2) 

Na zes jaar bouwmeesterschap bleek die vrees ongegrond.
Later zou bOb Van Reeth hierover zeggen: “We worden door de lokale besturen niet beschouwd als pottenkijkers. Vaker is het omgekeerd: administraties gebruiken de open oproep om eindelijk af te geraken van de lokale beïnvloeding. Wij spelen dan de rol van de boeman die helpt om ze te verlossen van invloed.” (3)

bOb Van Reeth wilde architectuur loskoppelen van dogma en stijl en laten uitgroeien tot duurzame structuren op maat van de mens en zijn omgeving (4). De continue zoektocht naar kwalitatieve architectuur in zijn eigen werk, kwam ook in zijn bouwmeesterschap tot uiting. Hij installeerde verschillende procedures die kansen geven aan jonge ontwerpers en ‘unusual suspects’, zoals de Meesterproef en de Open Oproep. Daarnaast waren er ook initiatieven om bouwheren te begeleiden die geen deel uitmaakten van de Vlaamse Gemeenschap: lokale politici, gemeentebesturen, lokale administraties, sociale huisvestingsmaatschappijen, kerkfabrieken en andere lokale overheidsinstellingen bouwen meer en gevarieerder dan de Vlaamse overheid, en door de spreiding over verschillende gemeenten en soorten bouwheren ontbreekt vaak de ervaring die nodig is om die projecten te begeleiden. Daartoe werd het Atelier voor Lokale Architectuuropdrachten (AtLA) in het leven geroepen: het is de naam voor een flexibele manier van informeren en begeleiden van lokale bouwprojecten.

Bij al deze werkwijzen wordt bijzondere aandacht besteed aan de omschrijving van de opdracht en de organisatie van de procedure, omdat daar de kiem van de kwaliteit van het project geplant wordt.

“Kwaliteit staat niet gelijk met een stijl, maar is het gevolg van goede procedures.” (5)

bOb Van Reeth - Marcel Smets - Peter Swinnen © Jimmy Kets

De Bouwmeester zoekt dus niet alleen goede architecten, maar ook en vooral voorbeeldige bouwheren. Architectuurbeleid gaat in eerste instantie over de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. In plaats van haar rol te beperken tot die van gebruiker van gebouwen en het bouwproces uit handen te geven aan promotoren, besefte de Vlaamse overheid dat een bouwende overheid een voorbeeld moet zijn voor de particuliere sector.

“De voorbeeldige bouwheer is de opdrachtgever die zijn verantwoordelijkheid heeft opgenomen door een heldere projectdefinitie op te stellen waarin de uitdagingen van het project en de omgeving werden beschreven. De voorbeeldige bouwheer is actief bij het project betrokken van bij de start en zorgt voor een optimale communicatie tussen alle betrokkenen, zoals de gebruikers, de mede-initiatiefnemers, de mede-investeerders en de ontwerpers.” (6) 

Het belang van een goede projectdefinitie kan niet overschat worden. “Een eenduidige definitie voorkomt abstracte, contextloze of esoterische concepten die vaak de confrontatie met de praktijk niet overleven. Bij een wedstrijd zijn vastomlijnde randvoorwaarden ook nodig om de verschillende ontwerpen op een objectieve manier tegen elkaar te kunnen afwegen.” (7)
Anderzijds zijn het soms net onvolkomenheden in de opdrachtomschrijving die de ontwerpers aanzetten tot projecten die op een constructieve manier buiten de lijntjes kleuren – al nemen de ontwerpers daar een (bewust) risico: "Het is erop of eronder. Soms zijn de bouwheren verrast en gecharmeerd door de oprechte (maar afwijkende) aanpak, soms wordt het project ‘gediskwalificeerd’ omdat het niet aan de vraag voldoet." (7)

Vandaar ook het initiatief om tweejaarlijks een Prijs Bouwmeester uit te reiken, niet voor het beste ontwerp of de beste architect, maar voor de meest voorbeeldige bouwheer.

In 2005 volgt Marcel Smets bOb Van Reeth op. Deze tweede termijn van Bouwmeesterschap zal in eerste instantie de genomen initiatieven bestendigen en de bestaande fundamenten verder uitbouwen, aanscherpen en verfijnen. Marcel Smets heeft een lange staat van dienst in stedenbouwkundig onderzoek en onderwijs, en richt zijn aandacht in hoofdzaak op het publieke domein, en op sociale woningbouw en scholenbouw.

In een interview in het Jaarboek Architectuur Vlaanderen editie 2006 (“Bij de wissel van de wacht”) stipt hij al enkele aandachtspunten aan die de procedure van de Open Oproep nog kunnen verbeteren. Enerzijds is dat het politieke aspect dat aan projecten verbonden is, en dat moeilijk uit te schakelen is. Door een evenwichtige jury samen te stellen, kan hier (deels) aan verholpen worden. Een tweede punt is het gevaar dat het systeem van de Open Oproep zichzelf doodt.

“De idee achter de Open Oproep is dat voor elk project zoveel mogelijk architecten inschrijven en dat er uit die grote groep per project telkens vijf kandidaten worden geselecteerd voor de eindstrijd. Je moet erop letten dat de verhouding tussen het aantal opdrachten en de verschillende geselecteerde architecten gezond blijft. Met andere woorden, het mogen niet altijd dezelfde zijn. Met ons team proberen we daarop te letten. Natuurlijk speelt de bouwheer ook een beslissende rol in dat selectieproces van tien naar vijf. Vaak heeft de bouwheer de neiging om, ondanks het dossier en de toelichting, voor ‘zeker’ te kiezen, waardoor de bekendere bureaus iets meer kans hebben. Ook gaat hij vaak akkoord om tenminste één jonger bureau te kiezen: in die zin zijn ook die bevoorrecht. Dat is een punt waarover sterk gewaakt moet worden.” (8)

Het is een terechte bekommernis die nog vaak zal aangehaald worden in architectuurmiddens.

Peter Swinnen, bOb Van Reeth en Marcel Smets in 2010. Foto Maarten Vanden Abeele

Peter Swinnen, bOb Van Reeth en Marcel Smets in 2010. Foto Maarten Vanden Abeele

Voor de derde termijn van het Bouwmeesterschap wordt in 2010 Peter Swinnen aangesteld als hoofd van het Team Bouwmeester. Hij is opmerkelijk jonger dan zijn voorgangers (°1972, 38 bij de start van zijn mandaat), die respectievelijk 56 en 58 (Van Reeth °1943, Smets °1947) waren toen ze Bouwmeester werden, en door zijn actieve rol als architect-vennoot in 51N4E, een jong maar zeer gerenommeerd architectenbureau dat ook internationaal hoge ogen gooit, ook sterker verweven met het architectuurveld. In 2014 stapt hij uit het bureau dat hij mee oprichtte. (9)

Zijn ambitienota “Zeven memo’s voor een verlichte bouwcultuur” (10) stelt een architectuur- en ruimtebeleid voor dat wil inzetten op de realisatie van krachtige voorbeeldprojecten en over grenzen heen kijkt. De uitdagingen zijn groot en divers: een aangepast instrumentarium voor publiek opdrachtgeverschap binnen PPS procedures, ontwerpuitdagingen in zorg- en huisvestingssector, een Europees kader scheppen voor Vlaanderen, een BWMSTR kwaliteitslabel lanceren en het stimuleren van het kunstopdrachtenbeleid. Ook het idee van een Bouwmeesterraad wordt gelanceerd, "om de visies, acties en doelstellingen van het Team Vlaams Bouwmeester zowel inhoudelijk als operationeel te onderwerpen aan de externe blik van een groep experts" (11).

Terwijl Marcel Smets eerder in de luwte leek te werken, roept de figuur van Swinnen meer polemiek op. Hij kiest ervoor om ook tijdens zijn Bouwmeesterschap actief te blijven in 51N4E (12), waardoor hij voor architecten meer dan zijn voorgangers ‘betrokken partij’ is, wat zowel een positieve als negatieve uitwerking kan hebben. De bureaus die deelnemen aan Open Oproepen zijn collega’s, concurrenten, mede- of tegenstanders.

In een tijd waarin er zowel in de politieke als de financiële wereld grondige veranderingen aan de orde waren, en er abrupt een einde kwam aan het Antwerpse Stadsbouwmeesterschap van Kristiaan Borret (13), kwam ook Peter Swinnen meer en meer onder vuur te liggen. Geert Bourgeois was niet te spreken over het opiniestuk van Swinnen over het Antwerpse stadsbestuur dat de inspanningen inzake stadsontwikkeling afbouwt (14). Een artikel op de website architectura.be (15) was kritisch voor de procedure van de Open Oproep: Peter Swinnen wordt verweten zich autoritair op te stellen ten opzicht van het brede architectencorps, het aantal projecten lijkt terug te lopen, het is een selecte groep van architecten die opdrachten krijgt toegewezen, er is een gebrek aan transparantie en te weinig dialoog met het werkveld. Jammer dat het artikel weinig onderbouwd was door concreet cijfermateriaal, de verwijzing naar wie hierover werd bevraagd of het kader waarin deze kritiek werd geformuleerd. Hoewel een aantal van de verzuchtingen zeker ernstig moet genomen worden en een aanzet zou kunnen zijn voor reflectie over de inhoud en de vorm van het Bouwmeesterschap, ondergraaft het artikel zijn eigen geloofwaardigheid door de vaagheid (‘een veel gehoorde kritiek’, ‘uit gesprekken valt op’, ‘het stuit velen tegen de borst’, …), de veronderstellingen (‘De bouwheer lijkt ervan uit te gaan dat ervaren bureaus sowieso niet out-of-the-box kunnen denken’) en het doorsijpelende gevoel van frustratie van de ‘oude garde’ (‘zodat niemand zich uitgesloten voelt’). 

Natuurlijk volgde er snel een recht van antwoord (16) dat een aantal (feitelijke, of te weinig feitelijke) aantijgingen weerlegt, maar – alweer jammer – toch een beetje voorbijgaat aan de onderliggende inhoudelijke kritiek, die wel leesbaar is voor de goede verstaander. Een evaluatie van (onder meer) de procedure van de Open Oproep zou - na 15 jaar - 'kinderziektes' kunnen blootleggen en daarvoor oplossingen kunnen zoeken.

Is het werkelijk zo dat bepaalde bureaus een streepje voor hebben? (Los van het feit dat niks menselijk ons vreemd is, en dus ook niet de Vlaams Bouwmeester, die uiteraard een visie en overtuiging heeft en daardoor bij het ene bureau makkelijker aansluiting zal vinden dan bij het andere.) Is de Open Oproep, die bedoeld was voor ‘unusual suspects’, verworden tot een vehikel dat toch weer de ‘usual suspects’ bedient – zij het andere dan 30 jaar geleden?

Zijn er andere redenen dan de door hem aangehaalde (economische crisis, verkiezingen, strengere selectie) die het dalende aantal Open Oproepen verklaren?

Grafiek van het aantal Open Oproepen tijdens de drie termijnen van het Bouwmeesterschap. Doorgaans worden er twee Open Oproepen per jaar gelanceerd, één in het eerste kwartaal en één in het derde kwartaal. De zwarte stippen geven aan hoeveel opdrachten elke Open Oproep omvatte, de grijze balk geeft het totaal van de uitgeschreven opdrachten van dat jaar.

Grafiek van het aantal Open Oproepen tijdens de drie termijnen van het Bouwmeesterschap. Doorgaans worden er twee Open Oproepen per jaar gelanceerd, één in het eerste kwartaal en één in het derde kwartaal. De zwarte stippen geven aan hoeveel opdrachten elke Open Oproep omvatte, de grijze balk geeft het totaal van de uitgeschreven opdrachten van dat jaar.

Is het een belemmering geweest dat Peter Swinnen nog betrokken was in 51N4E tijdens zijn mandaat als Bouwmeester?
Kan je én partner zijn van een internationaal opererend architectenbureau met meer dan 20 medewerkers, én Vlaams Bouwmeester?
Zelf zegt hij hierover – als reactie op het voorstel om te werken met een college van deeltijdse experten - in een interview in Pompidou op Klara: “Bouwmeester zijn is een fulltime bezigheid.” (17), en bovendien moet hij boven elke schijn van partijdigheid staan.
In 2004 klonk het nog stellig: "Wat de Bouwmeester nooit doet is… bouwen. Het zou immers ongepast zijn en van belangenvermenging getuigen mocht de Bouwmeester, die eveneens architect is, zichzelf promoten." (18)

(wordt vervolgd)
(deel 1)


(1) Uit: Een bouwmeester bouwt niet. Een handleiding bij gebruik van de Vlaams Bouwmeester. Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 2004. p. 7
(2) Uit: Een bouwmeester bouwt niet. Een handleiding bij gebruik van de Vlaams Bouwmeester. Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 2004. p. 10-11
(3) Verhoeven, K. (2005). Marcel de Bouwer. De Standaard zaterdag 2, zondag 3 april 2005 p. 34 e.v. Geraadpleegd via http://www.vlaamsbouwmeester.be/files/24946bce054c45f185fb9333fb4867b5.pdf
(4) Een bouwmeester bouwt niet. Een handleiding bij gebruik van de Vlaams Bouwmeester. Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 2004. p. 12 e.v.
(5) bOb Van Reeth in De Standaard, 22 april 2003
(6) Uit: Een bouwmeester bouwt niet. Een handleiding bij gebruik van de Vlaams Bouwmeester. Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 2004. p. 77
(7) Vervloesem, E. en Sterken, S. (2006). Bij de wissel van de wacht. Deel 2: De Open Oproep als graadmeter. In: Jaarboek Architectuur Vlaanderen 04-05. Antwerpen: Vlaams Architectuurinstituut (VAi), p. 21
(8) Vervloesem, E. en Sterken, S. (2006). Bij de wissel van de wacht. Deel 1: Een status questionis van de recente beleidsinitiatieven inzake architectuur. In: Jaarboek Architectuur Vlaanderen 04-05. Antwerpen: Vlaams Architectuurinstituut (VAi), p. 12
(9) navweb. (2014). Peter Swinnen verlaat 51N4E. via http://www.nav.be/pages/nieuws-detail.php?id=2396 / mededeling op de website van 51N4E.
(10) Team Vlaams Bouwmeester. (2010). Zeven memo's voor een verlichte bouwcultuur. Brussel: Team Vlaams Bouwmeester. Online: Zeven memo's voor een verlichte bouwcultuur.
(11) Team Vlaams Bouwmeester. (2010). Zeven memo's voor een verlichte bouwcultuur. Brussel: Team Vlaams Bouwmeester, p. 51
(12) mededeling op de website van 51N4E.
(13) artikel op de website van het VAi.
(14) Sels, G. (2014). Bourgeois roept Bouwmeester tot de orde. De Standaard 13 januari 2014. Geraadpleegd via http://www.standaard.be/cnt/dmf20140112_00924644. Het opiniestuk zelf op de website van de Standaard.
(15) Neven, R. (2014). Architectura neemt de Vlaamse Bouwmeester onder de loep. Geraadpleegd via http://www.architectura.be/nl/newsdetail.asp?id_tekst=6415#.VCf1EBYVd2A.
Meer architectura.be-artikels omtrent dit thema via de site.
(16) Swinnen, P. (2014). Recht van antwoord van Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen. Geraadpleegd via http://www.architectura.be/nl/newsdetail.asp?id_tekst=6420&content=Recht%20van%20antwoord%20van%20Vlaams%20Bouwmeester%20Peter%20Swinnen#.VCf1lBYVd2A
(17) Chantal Pattyn interviewde Peter Swinnen en Christophe Van Gerrewey in Pompidou op Klara op 18 september 2014. Herbeluisteren kan via de website van Klara.
(18) Een bouwmeester bouwt niet. Een handleiding bij gebruik van de Vlaams Bouwmeester. Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 2004. p. 10

Peter Swinnen in De Standaard van 13 september 2014: "Voor het nieuwe VRT-gebouw op de Reyerssite hebben we onze rol maximaal kunnen vervullen. Het Brussels Gewest werkte aan een masterplan, de VRT keek uit naar een vestiging in Vlaanderen, de RTBf in Wallonië. Dat waren drie pistes voor één project. Toen hebben we aan de ministers een mandaat gevraagd om alle betrokkenen rond de tafel te krijgen. Wij kunnen dat. Wij hebben geen agenda."
Sels, G. (2014). Een bouwmeester moet uitdagen. De Standaard 13 september 2014. Geraadpleegd via vlaamsbouwmeester.be. Het volledige artikel als pdf. Het VRT-gebouw is een onderdeel van Open Oproep 28

Op 20 september in de Standaard: "Er zijn 64 kandidaten om het nieuwe VRT-gebouw te ontwerpen. … Menig architectenbureau heeft internationale gelegenheidsteams opgezet. … 51N4E werkt met het Amerikaanse ingenieursbureau Hok."
-
 Sels, G. (2014). Zaha Hadid kandidaat voor nieuw VRT-gebouw. De Standaard 20 september 2014. Geraadpleegd op de site van architectura.be.