oudaan

De Oudaan, ook bekend als de Politietoren en samen met de kathedraal (de toren van de kerk) en de Boerentoren (de toren van het geld) een van de weinige hoogbouwprojecten in het centrum van Antwerpen, staat te koop. Het is een controversieel gebouw - love it or hate it - dat al een redelijk bewogen geschiedenis heeft sinds de eerste plannen van begin jaren '50 en in 2008 beschermd is als monument. De kleine historiek hieronder is een verkorte versie van het artikel op de inventaris van het Onroerend Erfgoed (1). 

 © jimmy kets

© jimmy kets

Braem levert met het Administratief Centrum een bijdrage tot het debat rond de herwaardering van de rol van de stadskern. Het concept beantwoordt aan het principe van de civic core (hart van de stad en van de civiele gemeenschap), dat de eerste naoorlogse CIAM-congressen beheerst. Stedenbouwkundig en typologisch geldt het project als een vroege toepassing van cityvorming in België, en het gerealiseerde torengebouw behoort tot de eerste en architecturaal meest oorspronkelijke hoogbouwprojecten uit de naoorlogse periode. Voor Braem staat het Administratief Centrum symbool voor de nieuwe tijd, als een model van efficiëntie en dienstbaarheid, en een teken van civic pride. De bouw kent echter een moeizaam en langdurig verloop, en zal tot Braems grote frustratie halverwege worden stopgezet. "Het ware het hoogste geluk voor de ontwerpers moest het uitgevoerde komplex en plein die geestelijke kwaliteit uitstralen welke de opdracht verdient en … moest de Antwerpenaar er een stukje van zijn ziel in aanwezig voelen", verklaart Braem nog hoopvol bij het beëindigen van de ruwbouw van de eerste toren in 1960. In Het schoonste land ter wereldzal hij berusten in de vaststelling dat de 'man van de straat' er volstrekt onverschillig bij bleef: "De zoveelste droom die wij hebben moeten prijsgeven omdat de commercie sterker is dan de inspiratie!"

De bouw van dat administratief centrum past in het driejarenplan van burgemeester Lode Craeybeckx, dat voorziet in de meest dringende openbare werken, als aanzet tot de heropleving van de stad na WOII. Daarbij worden drie grote bouwprojecten op stapel gezet: een Economisch Centrum (gepland op de site van het Bouwcentrum aan de Jan Van Rijswijcklaan, nooit gerealiseerd), een Internationaal Zeemanshuis (ontworpen door Paul Smekens en Hendrik Wittocx, in 1952-1955 gebouwd aan de Falconrui en in 2013 gesloopt) en een Administratief Centrum, een opdracht die wordt toegewezen aan Maxime Wijnants en Renaat Braem, die ook zijn schoonbroer Jul De Roover aan het architectenteam laat toevoegen.

 Inplantingsvoorstellen uit 1950 voor het terrein van de Cité (VIOE)

Inplantingsvoorstellen uit 1950 voor het terrein van de Cité (VIOE)

Het idee voor de oprichting van het Administratief Centrum is vooral ingegeven door de functionalistische overtuiging dat de concentratie in één complex de stadsadministratie niet alleen beter toegankelijk maakt voor de burger, maar ook haar efficiëntie zal bevorderen. De eerste opdracht voor Braem, Wijnants en De Roover bestaat er vanaf juli 1950 in het organisatieschema van de verschillende stadsdiensten, hun bezetting en functionele noden via een grondige studie in kaart te brengen. Van bij de start koppelen de architecten het project van het Administratief Centrum aan een groots opgevatte saneringsoperatie, die een deel van de oude stadskern radicaal moet hertekenen. Een eerste concept breekt het volledige gebied open tussen de Schoenmarkt en de Oudaan, in de as van het Bisschoppelijk Paleis. Deze ruimte moet als voetgangersgebied het middelpunt vormen van een stedenbouwkundig ensemble, waarin niet alleen de volledige administratie en de politie van de stad Antwerpen worden ondergebracht, maar ook de administratieve diensten van het provinciebestuur en van de Rijksoverheid. Op schaal van de binnenstad beoogt deze ingreep het ontstaan van een cluster van stadspleinen, die het nieuwe Administratief Centrum verbindt met de nabijgelegen Groenplaats en de Grote Markt.

 Eerste ontwerp uit 1951 op de definitieve inplanting met een alternatieve topgeleding (VIOE)

Eerste ontwerp uit 1951 op de definitieve inplanting met een alternatieve topgeleding (VIOE)

Het stadsbestuur acht dit plan onhaalbaar wegens het grote aantal onteigeningen, en de architecten moeten zich beperken tot het voorgestelde terrein van de Cité, een overdekte winkelgalerij met markthal van omstreeks 1840, die de Oudaan verbond met de Everdijstraat en die al eigendom was van de stad. Bij wijze van voorstudie worden niet minder dan veertien voorstellen geformuleerd voor de inplanting van een gebouwencomplex op dit ingesloten perceel, gaande van één monolithisch torenvolume dwars of in de lengteas van het terrein, tot een lager complex met meerdere volumes in gesloten, parallelle, kruis- of waaiervormige formatie. Telkens worden de voor- en nadelen afgewogen wat de oriëntatie en bezonning, de indeling en circulatie, het aandeel open ruimte en de relatie tot het straatbeeld betreft. Uiteindelijk legt het stadsbestuur in de loop van juni 1951 de contouren van de opdracht definitief vast. Eveneens in 1951 besluit het stadsbestuur het terrein voor het Administratief Centrum toch uit te breiden tot het volledige bouwblok tussen de Oudaan, de Everdijstraat, de Kammenstraat en de Korte en Lange Gasthuisstraat. Deze nieuwe situatie vormt de basis voor het verdere concept van het complex, dat na tal van wijzigingen aan de omvang en het programma van de overige gebouwen in zijn definitieve versie op papier staat in 1957.

 Maquette uit 1957-1960 van het volledige complex in zijn definitieve vorm (AAM)

Maquette uit 1957-1960 van het volledige complex in zijn definitieve vorm (AAM)

Wegens jarenlang uitstel van de wettelijke toelage door het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw, ziet het stadsbestuur zich uiteindelijk verplicht de bouw van het eerste torengebouw volledig uit eigen middelen te financieren. Het gevolg is een derde, nogmaals afgeslankt ontwerp, waarvan de eerstesteenlegging plaatsvindt op 9 oktober 1958, enkele maanden na de aanvang van de werken. Na de beëindiging van de ruwbouw eind juli 1960, wordt de werf gedurende meer dan vier jaar stilgelegd. Wanneer de werken in november 1964 eindelijk worden hervat, blijkt de constructie intussen de nodige schade te hebben opgelopen. In het najaar van 1966 wordt de bouw voltooid en volledig in gebruik genomen door het stedelijk politiekorps, een proces dat nog aansleept tot 1967. De voorbereidingen voor de tweede en de derde bouwfase - de verbindingsvleugel en de tweede toren - zijn dan al enkele jaren aan de gang. Braem, Wijnants en De Roover krijgen hiervoor officieel opdracht in januari 1959, werken de plannen in december 1960 af en leggen ze in maart 1961 aan het stadsbestuur voor. Dat richt vervolgens een commissie op om de huisvestingsnoden te bestuderen van de directies en diensten die voor het nieuwe complex zijn voorbestemd, en een voorstel uit te werken voor de toewijzing van de lokalen. Door de groei van het ambtelijke apparaat had het stadsbestuur dan al afgezien van de aanvankelijk beoogde concentratie van alle administratieve diensten op één locatie. Samen met de bouw van het eerste torengebouw wordt aan de Desguinlei, onderdeel van de voor het autoverkeer beter bereikbare Singel, al een nieuw kantoorgebouw voor de diensten Stadsgebouwen en Stadswerken opgetrokken.

Braem doet in 1966 nog een vergeefse poging om zijn idee van het Administratief Centrum alsnog door te drukken, met een volledig nieuw ontwerp voor het tweede torengebouw. In april 1967 beslist het stadsbestuur uiteindelijk om het "rendement" van het eerste torengebouw af te wachten alvorens tot de volgende fasen over te gaan. Pas in de zomer van 1971, wanneer bouwpromotor Marcel Peeters een aanvraag indient voor de bouw van een ondergrondse parking op het terrein, komt het project van het Administratief Centrum opnieuw ter sprake. Op dat moment blijkt dat alle betroffen diensten intussen degelijk gehuisvest zijn. Wegens mobiliteitsproblemen door de toename van het verkeer wordt een kantoorcomplex in de binnenstad ook niet meer opportuun geacht. Het project wordt vervolgens definitief afgevoerd, waarna bouwpromotor Peeters toelating zal krijgen behalve de parking ook een winkelcentrum met studiocomplex op te trekken naar ontwerp van Eddy Posson, Isidoor Van de Wiele en Jozef Fuyen.

Nu de toren te koop staat, startte een groep jonge Antwerpenaren een campagne om de toren samen aan te kopen en een sociale bestemming te geven. Dat idee kwam er niet zomaar uit naïef enthousiasme. Initiatiefnemer Seppe De Blust is socioloog en stedenbouwkundige en een van de partners van ndvr office & fund, dat zich onder meer specialiseert in sociale (her)bestemming van ruimtelijke projecten. Nadat hun initiatief op Facebook al heel wat positieve respons kreeg, begonnen de jonge ondernemers dan ook concrete plannen te smeden om de aankoop mogelijk te maken. Ze willen de toren beter tot zijn recht laten komen en integreren in de buurt errond. Het moet echt een project worden voor en door Antwerpenaren, en daarom zal het plan steunen een coöperatieve structuur die toelaat de financiële inbreng los te koppelen van de besluitvorming. Hoewel de plannen nog vaak zijn, is de ambitie dat helemaal niet. In de volgende maanden zal er een concreet plan uitgewerkt worden waarbij mensen zich kunnen aansluiten, zodat het collectief in maart 2016 een bod kan doen. Je kan het hele project volgen op de facebookpagina We kopen samen den Oudaan. Wie weet komt er dan toch nog een dag dat de Antwerpenaar er een stukje van zijn ziel in aanwezig voelt, zoals Braem het graag gezien had.

foto's interieur en exterieur via agvespa.be

(1) De tekst van Jo Braeken vind je ook terug in de monografie van het werk van Braem: 
Braeken J. (ed.) 2010: Renaat Braem 1910-2001. Architect, Relicta Monografieën 6. Archeologie, Monumenten en Landschapsonderzoek in Vlaanderen, Brussel.